Vernieuwing taalstudies moet Duits en Frans redden

Door bezuinigingen en een dalende studenteninstroom staan taalopleidingen aan universiteiten onder druk. Dat heeft ook gevolgen voor het toch al grote lerarentekort. Hoe moeten middelbare scholen in de toekomst nog Frans en Duits aanbieden als er te weinig nieuwe docenten worden opgeleid? De universiteiten doen er alles aan om de talen te behouden. Dan maar in een nieuwe vorm.
Steeds minder studenten kiezen voor een bacheloropleiding taal en cultuur, voordat ze verder gaan richting een lerarenopleiding. Uit cijfers van Universiteiten van Nederland blijkt dat in 2022 160 studenten de bachelor Duitse taal en cultuur aan een universiteit in Nederland volgden. Dat waren er in 2009 nog 325. In Duitsland zijn er zelfs meer studenten die Nederlands studeren, in 2022 waren dat er tweeduizend, en op de universiteit in de stad Münster alleen al 229.
Afnemend animo
Ook de instroom voor de taal- en cultuuropleidingen Duits en Frans is laag. In collegejaar 2023/2024 waren er in totaal veertig eerstejaars studenten Duits op alle universiteiten in ons land, en 32 studenten Frans. Hoeveel masterstudenten Duitse of Franse taal en cultuur in Nederland er zijn, is onduidelijk omdat de masters Taal & Cultuur voor de verschillende talen geleidelijk zijn samengevoegd.
Het afnemende animo op de universiteiten is ook terug te zien in het voortgezet onderwijs. Deed in 2012 nog bijna de helft van de middelbare scholieren in ons land eindexamen Duits, in 2023 was dat nog maar 39 procent, volgens CITO-cijfers. Slechts 15 procent van de scholieren deed eindexamen Frans, een aantal dat al langer laag was.
Voor universiteiten is het niet meer financieel haalbaar om zelfstandige bacheloropleidingen voor talen in stand te houden met een handjevol studenten, legt Wander Lowie, hoogleraar Toegepaste Taalwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, uit. “Universiteiten staan hierdoor voor een moeilijke keuze: stoppen met de opleiding of deze samenvoegen met andere studies.” Maar, waarschuwt hij: “Een terugkeer naar zelfstandige opleidingen is in dat geval daarna nagenoeg uitgesloten.”
Nieuwe onderwijsvormen als oplossing
Op de Universiteit Utrecht speelt dit probleem ook. Zo kende de opleiding Duitse Taal en Cultuur aan de Universiteit Utrecht slechts vijf nieuwe aanmeldingen voor het huidige collegejaar. Om taalstudies aantrekkelijker te maken en een breder publiek te trekken, werkt de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht daarom aan vernieuwing van alle bachelorprogramma’s. Daarbij worden de taal- en cultuurstudies Duits, Frans en Italiaans geïntegreerd in het facultaire aanbod en worden ze stevig zichtbaar gemaakt.
Een andere aanpak koos de Rijksuniversiteit Groningen, waar tien jaar geleden de opleidingen Duits, Frans en Spaans zijn samengevoegd tot de opleiding Europese Talen en Culturen. Een redelijk succesvolle aanpak, stelt Lowie: “We verwelkomen jaarlijks grote aantallen, en zo kunnen de talen blijven bestaan. Een breder programma, waarin studenten naast een taalprofiel ook andere disciplines kunnen kiezen, maakt de opleiding aantrekkelijker en toekomstbestendiger. Het blijkt echter geen oplossing voor de kleine aantallen binnen de individuele talen en ook de doorstroom naar de Educatieve Masters van talen is erg gering”.
‘Taalstudies zijn cruciaal voor de samenleving, handel, diplomatie en educatie. Talenstudies openen deuren’
Ondanks alle veranderingen blijft de expertise op het gebied van Duits, Frans en Italiaans behouden in Utrecht, benadrukt Ewout van der Knaap, hoogleraar Duitstalige literatuur en cultuur aan de Universiteit Utrecht. “We hebben niet voor niets leerstoelen in die talen. Taalstudies zijn cruciaal voor de samenleving, handel, diplomatie en educatie. Talenstudies openen deuren, zo horen wij van onze alumni. De hoop is dat de nieuwe bachelorprogramma’s de instroom in de lerarenopleidingen zullen vergroten en zo ook het lerarentekort kunnen helpen bestrijden.” Overigens komen er voor de onderbouw ook leraren uit de lerarenopleidingen van de hogescholen.
Andere doelgroepen
De doorstroom naar de master lerarenopleidingen blijft een aandachtspunt, vult collega Rick de Graaff, onderwijsdirecteur voor de Geesteswetenschappen binnen de lerarenopleiding, aan. Momenteel melden zich jaarlijks slechts tien studenten bij ons aan voor de universitaire lerarenopleidingen Duits en Frans. “Dit aantal is te laag om het lerarentekort te bestrijden. Daarom spreken we ook andere doelgroepen aan, zoals hbo-studenten en zij-instromers met een Frans- of Duitstalige achtergrond. Voor deze laatste groep worden maatwerkprogramma’s ontwikkeld, zodat zij naast hun baan de opleiding kunnen volgen met behulp van subsidies.”
Ook onderzoekt de Universiteit Utrecht momenteel hoe de lerarenroutes voor Duits, Frans en Spaans kunnen worden geherstructureerd met gemeenschappelijke onderdelen. De bedoeling is om taalvakken aantrekkelijk te maken voor studenten uit andere disciplines, zoals geschiedenis, kunstgeschiedenis en literatuurwetenschap. Dit bevordert niet alleen de interdisciplinaire samenwerking, maar kan ook een opstapje vormen naar het leraarschap.
Een bredere benadering van taalonderwijs is nodig, De Graaff. “We willen laten zien dat we taalvakken niet afschaffen, maar juist anders inrichten om meer studenten aan te trekken.”
Het beheersen van meerdere talen blijft essentieel in een meertalig Europa, stelt Van der Knaap. “Denk aan de handel met Duitsland, Nederlands grootste handelspartner, en de mondiale invloed van de Franstalige wereld. Daarnaast blijft talenkennis belangrijk voor diplomatie en wetenschap, waar het gebruik van vertaalapps ontoereikend is.
Ook op de Rijksuniversiteit Groningen worden taalstudenten gestimuleerd om de lerarenopleiding te volgen. Hier zijn verplichte stages in het buitenland en scripties in de doeltaal onderdeel van het curriculum. Toch blijft de instroom in de lerarenopleiding een uitdaging. Lowie benadrukt dat flexibiliteit nodig is in de educatieve master, met aangepaste programma’s voor zij-instromers en samenwerking met het hbo.
‘De focus verschuift van taalvaardigheid naar taalbewustzijn en culturele context’
Herziening van talenonderwijs
Het samenvoegen van opleidingen en nieuwe doelgroepen aanspreken gaat niet meteen de bedreiging van het talenonderwijs in Nederland wegnemen, stelt Lowie. Daarvoor is volgens hem de ‘bètalobby’ te sterk, ‘techniek heeft de toekomst’, waardoor talenstudies minder aantrekkelijk lijken. “Daarnaast wordt de waarde van meertaligheid onderschat door de opkomst van vertaaltechnologieën.”
Lowie ziet als voorzitter van het Meesterschapsteam Moderne Vreemde Talen echter ook kansen. “We werken, gecoördineerd door de SLO, aan een herziening van taalonderwijs op middelbare scholen. De focus verschuift van uitsluitend taalvaardigheid en tekstbegrip zonder echte inhoud naar taalbewustzijn en culturele context. Dit moet talenonderwijs aantrekkelijker maken en de interesse in talenstudies vergroten.” De nieuwe vakinhoudelijke benadering wordt over drie jaar ingevoerd en kan op de lange termijn bijdragen aan een grotere instroom in taalopleidingen.”
Hoewel de toekomst van taalopleidingen onder druk staat, blijven universiteiten zoeken naar oplossingen. Want het besef groeit dat talen niet alleen communicatiemiddelen zijn, maar ook essentiële sleutels tot cultuur, handel en internationale samenwerking.
Van Assistent tot Docent
Om het groeiende tekort aan leraren tegen te gaan, heeft Nuffic, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het programma ‘Van Assistent tot Docent’ (VAD) opgezet. Dit programma richt zich op moedertaalsprekers van Frans en Duits die een carrière in het Nederlandse onderwijs ambiëren. VAD staat in contact met de lerarenopleidingen van zowel hogescholen als universiteiten. Jaarlijks biedt het programma plaats voor ca. 20 moedertaalsprekers Duits en Frans die een carrière in het Nederlandse onderwijs ambiëren.